Het korte antwoord
Plagiaat is werk van een ander presenteren als je eigen werk. Dat gaat niet alleen om letterlijk gekopieerde zinnen, maar ook om ideeën, redeneringen, gegevens, afbeeldingen en vertalingen die je zonder bronvermelding gebruikt. Aan Nederlandse en Vlaamse hogescholen en universiteiten geldt plagiaat als fraude of onregelmatigheid. Een correcte bronvermelding is bijna altijd de oplossing: wie laat zien wat van een ander komt, pleegt geen plagiaat.
Wat betekent plagiaat?
Het woord komt van het Latijnse plagiarius, een mensenrover. In de studiepraktijk betekent het simpelweg: je laat de lezer denken dat iets van jou is, terwijl het van een ander komt. Zo omschrijven de instellingen het zelf:
- De Radboud Universiteit: “het suggereren dat er sprake is van eigen werk terwijl dat in werkelijkheid niet zo is.”
- De Universiteit Utrecht spreekt van plagiaat als je in een scriptie of werkstuk gegevens of tekstgedeelten van anderen overneemt zonder bronvermelding.
- De Universiteit Gent rekent ook beeld, muziek, databestanden, structuur, gedachtegang en ideeëngoed mee. Het gaat dus niet alleen om tekst.
Plagiaat is niet hetzelfde als een auteursrechtinbreuk. Je kunt plagiaat plegen met een tekst waar geen auteursrecht meer op rust, en je kunt een beschermde tekst correct citeren zonder plagiaat te plegen. Bij plagiaat gaat het om eerlijkheid over wie wat heeft bedacht.
Controleer je tekst voordat je hem inlevert
Vormen van plagiaat
De instellingen noemen allemaal ongeveer dezelfde vormen. Utrecht en Radboud geven een lijst, de UGent een definitie met voorbeelden. Samengevat:
| Vorm | Wat het is | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Letterlijk overnemen | Zinnen of alinea’s uit een boek, artikel of website kopiëren zonder aanhalingstekens en verwijzing. | Een alinea van een website in je inleiding plakken. |
| Parafraseren zonder bron | Andermans tekst of redenering in eigen woorden weergeven zonder te zeggen van wie het idee komt. | Een theorie uit een artikel herschrijven en de auteur niet noemen. |
| Vertaalplagiaat | Een tekst uit een andere taal vertalen en als eigen tekst gebruiken. | Een Engelse samenvatting in het Nederlands overzetten zonder verwijzing. |
| Zelfplagiaat | Eerder ingeleverd eigen werk opnieuw inleveren alsof het nieuw is. | Je essay van vorig jaar hergebruiken voor een ander vak. |
| Werk van anderen | Werk van een medestudent, een ghostwriter of een betaalde dienst inleveren als eigen werk. | Een verslag laten schrijven of overnemen van een studiegenoot. |
| AI-tekst als eigen werk | Tekst van ChatGPT of een andere AI-tool inleveren alsof je die zelf schreef, terwijl dat niet mag of zonder het te vermelden. | Een door AI geschreven conclusie inleveren zonder vermelding. |
Twee details uit die regels worden vaak over het hoofd gezien:
- Je kunt medeplichtig zijn. Laat je een medestudent je werk overnemen, dan ben je volgens Utrecht en Radboud zelf medeplichtig. Bij een groepsverslag zijn de andere auteurs medeplichtig als ze hadden kunnen of moeten weten dat iemand plagiaat pleegde.
- Alleen een bron in je literatuurlijst is niet genoeg. De UGent zegt het letterlijk: een bron in de bibliografie, of één algemene verwijzing aan het begin van een hoofdstuk, “verschoont het plagiaat niet.” Elke passage die je overneemt, heeft een eigen verwijzing nodig.
Wil je meer voorbeelden per vorm? Lees de gids over soorten plagiaat (in het Engels) of over zelfplagiaat (in het Engels).
Wanneer is iets plagiaat?
Stel jezelf bij elke zin die op een bron leunt drie vragen:
- Komt de formulering van een ander? Dan hoort hij tussen aanhalingstekens, met een verwijzing met paginanummer.
- Komt het idee, het cijfer of de redenering van een ander? Dan heb je een verwijzing nodig, ook als je alles in eigen woorden zegt.
- Heb je dit werk al eens ingeleverd? Dan mag je het alleen hergebruiken als je docent dat toestaat, en dan met vermelding.
Er zijn ook dingen waarvoor je geen bron hoeft te noemen:
- Algemeen bekende feiten. Dat Den Haag de regeringszetel is, hoef je niet te onderbouwen. Twijfel je of iets algemeen bekend is, noem dan toch een bron.
- Je eigen analyse en conclusies. Wat je zelf uit je bronnen afleidt, is van jou.
- Vaste termen en standaardzinnen. “Uit de resultaten blijkt dat” is van niemand.
Bewust of onbewust maakt voor de vraag óf het plagiaat is geen verschil: de definities gaan over wat er in je tekst staat. Een slordig overgenomen aantekening is dus ook plagiaat. Of het bewust was, kan wel meewegen bij de maatregel die de examencommissie oplegt.
De grens bij parafraseren is het lastigst. Een paar woorden vervangen door synoniemen is geen eigen tekst. Hoe je het wel goed doet, lees je in parafraseren zonder plagiaat.
Is ChatGPT plagiaat?
ChatGPT gebruiken is op zich geen plagiaat. Een door AI geschreven tekst inleveren alsof je hem zelf schreef, is aan de meeste instellingen wel fraude. De Radboud Universiteit is daar duidelijk over: wie tekst van ChatGPT of een andere AI-tool presenteert als eigen werk, pleegt fraude. Gebruik zulke tools daarom alleen als de docent dat goedkeurt en vermeld het gebruik erbij. De Universiteit Utrecht verwijst naar een apart AI-beleid voor studenten.
Dit kun je er in de praktijk mee doen:
- Zoek de regel van je vak op. Staat er in de studiehandleiding niets over AI, vraag het dan aan je docent. Regels verschillen per opleiding en zelfs per opdracht.
- Vermeld wat je gebruikt. Gebruik je AI-output in je tekst, verwijs er dan naar zoals naar elke andere bron. Hoe dat in APA gaat, staat in APA-bronvermelding.
- Controleer wat de AI zegt. Een AI-tool kan fouten maken, ook in feiten en bronnen. Jij blijft verantwoordelijk voor wat je inlevert.
Wil je weten hoe je tekst overkomt, dan laat de AI-detector per zin zien wat als AI klinkt. Een AI-score is een waarschijnlijkheid en geen bewijs. Meer over de regels staat in is AI gebruiken plagiaat? (in het Engels)
Wat zijn de gevolgen van plagiaat?
In Nederland legt de wet de basis. Volgens artikel 7.12b, tweede lid, van de WHW kan de examencommissie een student die fraudeert het recht ontnemen om een of meer tentamens of examens af te leggen, voor een termijn van ten hoogste een jaar. Bij ernstige fraude kan het instellingsbestuur, op voorstel van de examencommissie, de inschrijving voor de opleiding definitief beëindigen.
Hoe dat bij jouw opleiding werkt, staat in de OER en in de regels en richtlijnen van de examencommissie. Zowel Utrecht als Radboud verwijzen daarnaar voor de procedure en de mogelijke sancties, en noemen de verwijdering van de opleiding als de zwaarste sanctie. Radboud noemt plagiaat en fraude “een zeer ernstig vergrijp waar sancties aan verbonden zijn.”
De examencommissie beslist dus, niet de software en niet de docent alleen. Ben je het niet eens met een beslissing van de examencommissie, dan kun je in beroep bij het College van beroep voor de examens (WHW, artikel 7.61). Hoe de procedure verloopt, welke termijnen gelden en welke maatregelen mogelijk zijn, verschilt per instelling. Lees dus de regels van je eigen opleiding. Studeer je in Vlaanderen, dan staan de regels in het onderwijs- en examenreglement van je instelling.
Utrecht meldt dat bachelor- en masterscripties op plagiaat worden gecontroleerd. Wat het percentage in zo’n controle betekent, lees je in hoeveel procent plagiaat is toegestaan.
Zo voorkom je plagiaat
De meeste plagiaat ontstaat niet uit kwade wil, maar uit slordigheid en tijdsdruk. Vijf gewoontes helpen:
- Noteer de bron meteen. Zet bij elk citaat en elke aantekening direct auteur, jaar en pagina.
- Houd citaten en eigen gedachten gescheiden. Gebruik in je aantekeningen bijvoorbeeld een andere kleur voor letterlijke tekst.
- Parafraseer met de bron dicht. Lees, leg weg, schrijf op wat je onthouden hebt, en controleer daarna.
- Bouw je literatuurlijst onderweg op. Elke bron die je gebruikt, gaat er meteen in.
- Controleer vóór het inleveren. Loop met een plagiaat checker elke overeenkomst na en kijk of er een correcte verwijzing bij staat. De eerste controle is gratis, tot 1.000 woorden en zonder account, en je tekst wordt niet gebruikt om AI-modellen te trainen.
Twijfel je over een passage, vraag het dan aan je docent of scriptiebegeleider. Dat is een gewone vraag, en een stuk prettiger dan een gesprek met de examencommissie achteraf.